Ik haat je, maar niet heus 6

Hoofdstuk 6:

‘Jezus, Huizinga!’ roept Edwin geschrokken wanneer ik in zijn gezichtsveld verschijn.

Ik adem diep uit. ‘Nou, jij bezorgt mij anders ook een hartverzakking.’

‘Zijn we allebei eens een keer slecht bezig,’ mompelt hij en hij houdt de wc-deur open. ‘Het kleine kamertje is geheel tot jouw beschikking.’

‘Dank je,’ zeg ik, terwijl ik geen aanstalten maak tot bewegen. Ik hoef niet eens te plassen. En als ik nu ga, is het moment tussen ons voorbij. Terwijl dit is waar ik al de hele avond naar uitgekeken heb. Ik moet het gesprek dus nog iets langer zien te rekken. ‘Vermaak je je wel een beetje?’ vraag ik geïnteresseerd.

Edwin haalt loom zijn schouders op. ‘Dat was al te bezien voordat jij en Lopez ten tonele verschenen. Deze woning is zoals je al kon zien niet de beste plek om feestgangers te huisvesten.’

Ik kijk hem vreemd aan. ‘Waarom heb je ze dan allemaal bij jou thuis uitgenodigd?’

Edwin haalt opnieuw zijn schouders op, onverschillig dit keer, en leunt tegen de deurpost. ‘Verloren met beerpong de vorige keer. Dus nu was ik de lul.’

Ik begin te lachen. ‘Misschien heeft Gia dan toch gelijk.’

‘Wat bedoel je?’

‘Je doet je naam niet echt eer aan. Ed-win,’ maak ik duidelijk.

Edwin vindt het duidelijk niet grappig. ‘Ha-ha. En vermaak jij je eigenlijk wel een beetje? Want een gevoel zegt me dat je hier niet bent gekomen om net als de jongens wat te feesten en te drinken.’

Een onaangenaam gevoel bekruipt me en ik zou niet weten wat ik terug moet zeggen. ‘Eh… Nou, het is lang geleden dat ik me opgedirkt heb, en dat was eigenlijk wel eens goed voor me, maar ik vermaak me inderdaad niet opperbest, nee,’ antwoord ik naar waarheid. ‘Je collega’s zijn veel te luidruchtig, stellen van die vervelende vragen en alle aandacht gaat zoals altijd naar Gia. Hoe denk je hoe ik me daarbij voel? De minder knappe en interessante huisgenoot zijn?’

Edwin gaat rechtop staan en snuift. ‘Ach, ze zijn niet goed bij hun hoofd. Jij bent veel knapper dan Lopez.’

Wat?

Wat zei hij nou?

Het lijkt wel alsof Edwin zich nu pas realiseert wat hij heeft gezegd, want zijn ogen worden zo groot als satellietschotels en hij spant zijn spieren aan. Ik sta er ook van te trillen en weet niet wat ik nu moet zeggen.

Iemand zegt voor het allereerst dat ik knapper ben dan Gia. En die iemand is Edwin, of all persons. Vindt hij me dan toch zo leuk als hij eerst zei?

‘Sorry,’ zegt Edwin meteen, heel ongemakkelijk, en wrijft aan de achterkant van zijn hoofd. ‘Ik bedoelde niet… Of nou ja, ik bedoel wel dat je knap bent, maar niet dat… Nou ja…’ Hij haalt zijn schouders op.

Oké, hij is op z’n kwetsbaarst nu. Nu moet ik het vragen. ‘Edwin, eh…’ begin ik zelf ook heel ongemakkelijk en ik schuifel wat met mijn voet op en neer. ‘Toen je laatst zei dat je me leuk vond… Meende je dat?’ Ik durf hem haast niet aan te kijken, maar ik doe het toch. Mijn hart gaat sneller kloppen bij het zien van zijn serieuze blik.

Hij kijkt me aan, lang. Of tenminste, zo lijkt het. Er lijken wel minuten voorbij te gaan tot hij eindelijk zijn serieuze blik wat verzacht en wat zegt. Ik houd mijn adem in.

‘Eh, nou ja,’ begint hij een beetje lacherig. ‘Wat is leuk? Ik bedoel, ik ken je nog helemaal niet zo goed. Misschien moeten we elkaar eerst beter leren kennen, voordat ik echt de definitie ‘leuk’ eraan kan geven, snap je?’

O my god. Hij wil me leren kennen!

Ik probeer niet op en neer te trappelen van enthousiasme en ik sla mijn armen over elkaar. ‘Ja, dat is ook wel zo. Ik zat net inderdaad ook te denken: hoe goed ken ik jou nou eigenlijk? Ik wist niet eens dat je met computers werkt.’

Edwin trekt een mondhoek omhoog. ‘Niet met computers. Óp computers. Anders zou iedereen in zekere zin kunnen zeggen dat ze met computers werken.’

Ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘Ook goed. Zo weinig weet ik dus over je.’

Edwin haalt zijn schouders op en leunt weer nonchalant tegen de deurpost. ‘Wat wil je weten? Stel maar vragen.’

‘Eh…’ Ik probeer iets zinnigs te bedenken. Kom op, het hoeft maar iets simpels te zijn. ‘Heb je broers of zussen?’

Edwin trekt een gezicht alsof dat de enige vraag was die hij niet hoopte te krijgen. ‘Ik heb vier zussen.’

‘Nee, echt?’ Ik begin te lachen. Daarom trok hij zo’n gezicht. ‘Waren je ouders doorgegaan tot ze eindelijk een jongen hadden?’ giechel ik.

‘Nee, ik was de derde. Ze wilden nog een vierde, maar toen werden het in één keer twee meiden. Alweer. Oké, nu ben ik,’ zegt hij, en probeert hierdoor op niet erg subtiele wijze van onderwerp te veranderen. ‘Wat was dat laatst, met die kookwedstrijd?’

Ik kijk hem vreemd aan. ‘Kookwedstrijd?’

‘Ja, toen Lopez hier midden op de gang aan het roepen was dat je zou winnen. Deed je mee aan een kookwedstrijd?’

‘O dat,’ lach ik. Wat moet ik zeggen? Dat we dat maar hadden verzonnen? Of zal ik toch maar zeggen dat ik heb meegedaan om een beetje indruk te maken? Ik besluit voor het tweede te gaan. ‘Ja, dat klopt. Ik deed inderdaad mee aan een kookwedstrijd. Ik kook graag en ik vind het leuk om nieuwe gerechten te verzinnen.’ Dat is niet eens gelogen. ‘Dus ik wilde eens kijken hoe ik het zou doen in zo’n wedstrijd.’

Edwin knikt goedkeurend. ‘Oké. En, gewonnen?’

Bijna wil ik ja zeggen, maar dan bedenk ik dat hij dan waarschijnlijk een beker of trofee of iets dergelijks zou willen zien, en het zou stom staan als ik die niet heb. ‘Nee, helaas. Ik werd derde,’ zeg ik overtuigend. Derde plaats klinkt ook nog heel goed.

‘Wauw, goed gedaan,’ zegt Edwin duidelijk onder de indruk. ‘Dus jij kunt goed koken?’

Ik trek mijn mond in een bedachtzame pose. ‘Wel redelijk, denk ik, als ik de derde plaats heb behaald,’ zeg ik onverschillig.

Edwin lijkt wat dichterbij te komen staan, wat me onregelmatige hartkloppingen bezorgt. ‘En mag ik dat eens proeven?’

Ik kijk verbaasd op. ‘Wil je dat ik voor je ga koken?’

Edwin knikt en lijkt nu zo dichtbij te staan dat ik het wonderlijk zou vinden als hij mijn hart niet zou horen kloppen. Hij meent het serieus. ‘Oké,’ piep ik. ‘Wanneer…. Zal ik langskomen?’

Edwin haalt vragend zijn schouders op. ‘Dit weekend?’

Meteen schrikken we op van de kamerdeur die opengaat. ‘Ja is goed,’ zeg ik snel.

Gia kijkt ons met een half bezorgd, half achterdochtig gezicht aan. ‘O, dáár zijn jullie. Ik vroeg me al af wat er was. Wat is er goed?’ vraagt ze met een nieuwsgierige blik van mij naar Edwin. Shit, ze heeft mijn antwoord gehoord!

‘Eh, ik voel me niet zo lekker. Heb net overgegeven in de wc.’ Ik voel Edwins verafschuwde blik naast me, maar ik moet wat. ‘En Edwin bleef er even bij tot het wat beter ging en hij bood aan om even mee naar boven te lopen.’

Gia kijkt nog een keer heel verbaasd van mij naar Edwin. ‘Sorry, volgens mij heb ik verkeerd verstaan wat je zei. Ik dacht dat je zei dat Edwin bij je bleef toen je je niet lekker voelde en je nu óók nog naar boven wil brengen.’

Ik knik, maar Edwin neemt het gesprek over. ‘Ja, dat klopt. Omdat ik niet wil dat de rest hier ook ziek wordt. Het is míjn feestje. Ik ben niet alleen maar haat en nijd hoor, Gia.’ Haar naam spreekt hij wel vol haat en nijd uit.

‘O nou, sorry hoor,’ zegt Gia betweterig. ‘Maar blijf jij maar lekker bij je feestje. Ik loop wel met Nicole mee naar boven. Als zij weggaat, blijf ik hier niet in m’n eentje tussen die geilgrage gozers zitten.’

‘Gelukkig. Doe dat,’ zegt Edwin kortaf. ‘Dan ben ik van jullie verlost. Doei.’

‘De ballen,’ zegt Gia en met een kortaf zwaaitje legt ze een hand op mijn rug en neemt me mee naar de voordeur. ‘Gaat het?’ vraagt ze nog aan mij.

‘Ja hoor,’ zeg ik. Heel goed zelfs. Want ik weet dat Edwin toch niks meende van wat hij net zei.

Nou ja, in mijn geval dan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *