Ik haat je, maar niet heus 5

Hoofdstuk 5:

Met een zwart minirokje, een witte blouse die ik van Gia mocht lenen en zwarte enkellaarsjes met hoge hakken die ik anders nooit aanheb, loop ik samen met mijn huisgenoot de trap van ons gebouw af, om bij Edwin aan te bellen.

Ik moet zeggen, zo mooi heb ik me in tijden niet gevoeld. Ik wist niet dat kleding zoveel kon doen voor je gemoedstoestand. Misschien dat ik toch maar wat vaker werk van mijn uiterlijk moet maken, ook als ik daar geen zin in heb.

De muziek klinkt steeds luider bij elke stap die we dichter bij zijn deur zetten en we horen een paar kerels luid boven de muziek uit joelen. Ik zou niet weten hoeveel mensen hij heeft uitgenodigd. Hoeveel zouden er in zijn woning passen? Een stuk of twintig?

Gia, die zich in een zwart jurkje met kanten mouwen heeft gehesen en een hoge, strakke knot in haar bruine haar heeft gemaakt, drukt op de bel en houdt hem ingedrukt. Ik verwacht dat ze hem binnen een paar seconden loslaat, maar ze houdt de bel net zo lang ingedrukt tot er eindelijk door de gastheer himself wordt opengedaan.

O my. Ik voel de adrenaline overal in mijn lichaam verspreiden en mijn hart begint sneller te kloppen bij het aanzien van Edwin, die met zijn in model gebrachte blonde haar in de deuropening staat. Hij heeft een strakke, lichtblauwe spijkerbroek en een al net zo strakke witte blouse aan, waardoor er duidelijk te zien is dat hij minstens drie keer per week in de sportschool te vinden is. Zijn heldere, blauwe ogen lijken nog beter uit te komen in die outfit. Wauw. Zo mag hij zichzelf wel vaker aankleden.

Ook al ziet hij er goed uit, zijn gezicht laat duidelijk zien dat hij niet zo erg te spreken is over onze komst. ‘Huizinga. Lopez. Wat moeten jullie? Als jullie een blikopener of iets dergelijks willen lenen, die kopen jullie je maar lekker zelf.’

Gia snuift en slaat haar armen over elkaar. ‘We komen niks bij je lenen, al moesten we duizend euro hebben.’

‘Waarom storen jullie dan? Kap ermee mij lastig te vallen, ik geef een feest vanavond.’

Er speelt een klein lachje rond Gia’s mond. Dit was precies waar ze heen wilde. ‘Luister, ik snap dat we je favorieten niet zijn, maar kom op, hoe haal je het in je hoofd? Een feest geven zonder je bovenbuurvrouwen uit te nodigen?’

Edwins gezichtsuitdrukking gaat van geërgerd naar verbijsterd en hij proest het uit. ‘En wat maakt dat jullie denken dat jullie hier welkom zijn? Zelfs al had ik geen hekel aan jullie, dit is een mannenaangelegenheid. Een avond voor jongens. Guys only. Ben ik duidelijk?’

Gia zet haar armen in haar zij en komt een stapje dichterbij. ‘Nu luister je nog een keer, Edverliezer. Of je laat ons binnen en we doen gezellig mee, of we spelen de spelbrekende buren die de politie opbellen vanwege een partijtje geluidsoverlast. De keuze is aan jou. Ben ík duidelijk?’

Dit zijn van die momenten dat ik blij ben met zo iemand als zij als huisgenoot. Ik moet mijn best doen om mijn lachen in te houden als ik Edwins gezicht zichtbaar zie betrekken. Even lijkt hij te aarzelen, maar dan houdt hij met een geforceerde glimlach de deur wat verder open. ‘Welkom dames, kom binnen,’ zegt hij in het meest uitnodigende toontje dat ik hem ooit heb horen zeggen. ‘Er is bier, fris… pak maar wat jullie lekker vinden.’

Gia kijkt me grijnzend aan en ze loopt voor me uit naar binnen. Wat zenuwachtig stap ik achter haar aan. Voor zover ik me kan herinneren ben ik nog nooit bij Edwin binnen geweest. Ik krijg de kans niet om de gang uitgebreid te bekijken, maar wat ik zie ziet er best uitnodigend uit. Hij heeft een iets lichtere bruine laminaatvloer dan dat wij hebben en alles ziet er op het eerste oog heel schoon en opgeruimd uit.

Ik hoor moderne muziek door de speakers knallen, een of andere dj, maar de muziek staat niet zo enorm hard als dat het boven leek. Ik hoor het harde gepraat en het schaterlachen van alle aanwezige jongens er luidkeels bovenuit. Maar misschien schreeuwen ze gewoon hard.

Als Gia en ik de woonkamer binnenlopen kijken – voor zover ik kan tellen – acht jongens ons stuk voor stuk goedkeurend en vooral erg verrast aan, aangezien ze waarschijnlijk geen meisjes hadden verwacht vanavond.

We horen een ‘fiet-fiew’ en een ‘hallo dames’, en alhoewel ik me een beetje gevleid voel omdat ik me al heel lang niet zo mooi heb gevoeld, voelt het ook een beetje ongemakkelijk.

‘Leuke verrassing Ed,’ zegt een jongen met bruin haar en een baardje, die na Edwin waarschijnlijk nog de knapste van het stel is. Van de overige zeven zit er één met vuurrood haar, één met nog langer haar dan ik, een wat iele Aziaat en een kleine jongen met een afrokapsel, twee die eruit zien alsof ze het niet te laat kunnen maken omdat ze morgen gewoon naar college moeten en een dikke jongen met een grote bril die op z’n zachtst gezegd niet de mooiste is om naar te kijken.

Ik probeer mijn verbazing naar het gezelschap toe niet te zeer te laten blijken, maar is dit het hele feestje? En sterker nog: zijn dit Edwins vrienden? Ik had me bij hem toch andere – iets beter uitziende – vrienden voorgesteld, maar dan krijg ik een teleurstellende gedachte: hij hééft tenminste vrienden. Sinds dat ik niet zo lekker in mijn vel zit weet ik eigenlijk niet eens meer wie er nou precies mijn vriendinnen zijn, en of ik nog wel vriendinnen heb.

‘Hallo allemaal,’ onderbreekt Gia mijn ronddwalende gedachten en zwaait met bewegende vingers. Ze blijft lachen en acht blikken blijven goedkeurend op haar hangen. Als ze de jongens al net zo lelijk vindt als ik, laat ze dat niet merken. Zij is veel beter in pokerfaces opzetten dan ik.

Ik blijf wat ongemakkelijk staan en neem nu de kans om Edwins woning eens goed in me op te nemen, en voor het allereerst snap ik waarom hij zo op onze bovenverdieping aast. Het is veel kleiner dan bij ons. Hij heeft dan wel een eigen tuin, waar hij doorheen kan door de grote schuifdeuren achter de zithoek, maar voor zover ik in het donker kan zien is zelfs zijn tuin nog groter dan deze woonkamer. Aan mijn linkerkant is een keuken, met een grote tafel waar verschillende soorten drank en snacks op staan, maar voor de rest is er niet veel ruimte om andere spullen – of zelfs maar andere feestgangers – te huisvesten. Ik hoop maar dat het hierbij blijft vanavond. Ik word sinds mijn overspannenheid soms wat benauwd in drukte.

Opeens word ik opnieuw uit mijn gedachten gehaald, dit keer door een hand die zacht op mijn schouder wordt gelegd. ‘Wil je wat drinken?’

Ik krijg warme tintelingen van die stem en draai me moeizaam naar hem om, alsof mijn nek is vastgezet met ijzeren pinnen. ‘Eh… ja. Wat ice tea graag.’

‘Ice tea,’ herhaalt Edwin knikkend en loopt naar de tafel waar alle flessen en pakken drank op staan. Een raar gevoel stijgt op vanbinnen. Waarom doet hij nou weer opeens zo aardig?

Hij komt terug met een glas ice tea en overhandigt het me met een glimlachje. ‘Alsjeblieft.’

‘Dank je,’ zeg ik, en kan zijn gedrag nu nog steeds niet plaatsen met dat van net bij de deur. Is hij echt zo bang dat wij de politie gaan bellen? Eigenlijk zou ik hem nu gewoon even onder vier ogen willen spreken. Gewoon vragen waarom hij eerst zei dat hij me leuk vond en daarna ineens weer zo pesterig deed, want het is heel verwarrend. En die aardigheid van nu maakt het er niet duidelijker op.

‘Kom mee zitten,’ gebaart hij naar de zithoek, waar Gia ook al met een glas wijn een comfortabel plekje zoekt, naast die gozers die waarschijnlijk nog op college zitten. Naast haar is helaas geen plek meer, dus strijk ik neer tegenover haar, naast die dikke jongen met de bril.

‘Hoi dames,’ horen we opnieuw en meteen krijg ik een aantal uitgestrekte handen voor mijn gezicht, die ik allemaal maar voor de vorm beetpak. De jongen naast me stelt zich voor als Patrick, een van die college-jochies als Ricardo, en de rest ben ik nu al vergeten.

‘Zijn jullie vriendinnen van Edwin?’ vraagt de jongen met het afrokapsel.

‘We zijn buren,’ zegt Gia en ze probeert het te zeggen alsof dat het beste is wat haar ooit is overkomen.

Ik knik haastig. ‘We wonen hierboven.’

De jongens beginnen weer luidkeels te joelen. ‘Ed, waarom heb je nooit gezegd dat je zulke knappe bovenbuurvrouwen hebt?’ vraagt Ricardo en trekt goedkeurend zijn wenkbrauwen op naar Gia.

Ik voel een plaatsvervangende ongemakkelijkheid naar haar toe en kijk naar Edwin, die zichzelf ook geen houding weet te geven en met zijn biertje in zijn hand maar een beetje in het luchtledige staart. O, hij vindt het echt verschrikkelijk dat Gia en ik hier zijn.

De acht andere jongens lijken er totaal geen problemen mee te hebben en ze bekijken Gia alsof ze het winnende lot uit de loterij is. ‘Je hebt iets exotisch,’ begint het andere college-jochie en buigt zich over Ricardo heen naar Gia. Waar kom je vandaan?’

‘Uit Nederland,’ zegt Gia verveeld, en ik voel haar frustratie. Als zij een euro zou krijgen voor elke keer dat deze vraag haar gesteld werd, kon ze een tweede huis kopen. ‘Maar mijn vader komt uit Spanje.’

‘Spanje.’ Het jochie knikt goedkeurend naar Ricardo en de jongen met het lange haar naast hem. ‘Spaanse meiden hebben wel wat.’ Hij grinnikt. ‘Spreek je ook Spaans?’

‘Nee, wel sarcastisch.’ Gia laat op dat toontje op niet mis te verstane wijze weten dat ze klaar is met de vragen van die guppies en ze geeft een klein, ongemeend lachje vrij.

Ik begin zachtjes te lachen om wat ze zei, maar dan voel ik een steek in mijn maag. Weer is het Gia die de meeste aandacht krijgt.

En alsof de jongen naast me, Patrick, mijn gedachten kan lezen, voel ik hem zich naar me omdraaien. ‘En jullie komen vaker bij Edwin over de vloer?’ vraagt hij, duidelijk in een poging een gesprek aan te knopen.

‘Nee, eigenlijk nooit,’ beken ik eerlijk. ‘Maar hij vertelde over dit feestje en we besloten toch maar eens langs te komen.’ Ik lach geforceerd en neem gauw een slok van mijn ice tea. ‘En waar ken jij hem van?’

‘We zijn collega’s,’ antwoordt Patrick en wijst met zijn Heineken-flesje in de rondte, waar de andere jongens gelukkig al in een ander gesprek zijn geraakt. ‘Wij allemaal. Wij zijn met z’n allen bezig een app voor Windows en Apple te ontwerpen waarmee je verschillende soorten games kunt spelen op je computer, voor als je internet eruit ligt of je systeem weer eens aan het updaten is. Gewoon, als tijdverdrijf. Wij willen eigenlijk dat vroegere 3D Pinball terugbrengen, alleen dan iets moderner.’

Ik knik. Aha, dus daarom zien die jongens er bijna allemaal wat sukkelig uit. Maar over één ding ben ik wél verbaasd: ik had Edwin nooit ingeschat als een jongen die veel van computers weet, en daar ook zijn werk van heeft gemaakt. Maar ach, wat weet ik ook eigenlijk van hem? Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar hem, maar ik word meteen teruggetrokken naar Patrick als hij vraagt: ‘En wat doe jij?’

‘Eh, op het moment even niks,’ zeg ik naar waarheid. ‘Ik werkte in het ziekenhuis, als verpleegkundige, maar ik werd overspannen en wil nu iets gaan zoeken wat me energie geeft in plaats van kost.’

‘Klinkt verstandig,’ zegt hij meelevend. ‘En je woont hierboven samen met je vriendin – hoe heet ze? Die Spaanse.’ Hij knikt in de richting van Gia.

‘O, Gia.’ Ik kijk naar haar. Ze probeert mee te luisteren naar een discussie met de college-jochies, de Aziaat en de ginger, en ik moet zachtjes lachen. ‘Gia Garcia, maar ze maakt Edwin wijs dat ze Lopez heet omdat ze anders bang is dat hij haar met haar naam gaat pesten,’ lach ik. Maar dan voel ik me schuldig. Waarom zeg ik dat eigenlijk tegen een wildvreemde, raar uitziende jongen? Mocht ik dat eigenlijk wel zeggen?

‘Denk je dat ze een keer met me uit wil?’ vraagt Patrick dan, opeens heel serieus en ik voel me nog ongemakkelijker dan net. Hij meent het echt. Wat moet ik tegen die aardige, maar niet zo knappe jongen zeggen?

Ik schud zachtjes mijn hoofd. ‘Ik denk het niet. Ze valt alleen op Spanjaarden,’ zeg ik. Dat is niet eens gelogen.

Ik zie Patrick zo teleurgesteld kijken dat ik haast medelijden met hem krijg en niet weet wat ik met deze situatie aan moet. ‘Ik ga even naar het toilet,’ excuseer ik mezelf en ik weet niet hoe snel ik hier weg moet komen.

Waar is Edwin? Dan kan ik tenminste even vragen waar de wc is, maar ik zie hem nergens. Oké, dan zoek ik het zelf wel.

Proberend te ontsnappen aan die harde muziek en al het geklets, doe ik mijn best om zo onopvallend mogelijk te zoeken naar een eventuele wc-deur. Ik vind hem op de gang. Net als ik naar de deurklink wil reiken, gaat de deur van binnenuit open. Ik schrik en deins terug als ik zie dat ik oog in oog sta met Edwin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *