Ik haat je, maar niet heus 3

Hoofdstuk 3:

Er gaan een paar weken voorbij zonder dat ik met Edwin praat. Sterker nog: zonder dat ik hem überhaupt zie. En gek genoeg vind ik dat niet eens zo erg, omdat hij tegen me had gezegd dat we binnenkort wel zouden kletsen. Dat kwam op mij over alsof we al jaren beste vrienden zijn. Het was voor mij een bevestiging dat we helemaal oké zijn en geen ruzie meer gaan maken.

Althans, dat hoop ik.

‘Wil je tortellini of fusilli?’ haalt Gia me uit mijn gedachten.

‘Doe maar tortellini. Met kaas.’ Ik stop snel een zakje met Italiaanse kruiden in het winkelmandje zodat het niet leek alsof ik als een of andere idioot ver voor me uit stond te staren.

Gia betaalt nog steeds mijn boodschappen. Wat ik best gênant vind, maar ik maak het goed met haar door elke avond te koken, aangezien zij daar een hekel aan heeft. Daar snap ik nou niks van. Hoe kun je experimenteren met eten nou niet leuk vinden? Ik vind koken juist leuk, het geeft me veel afleiding en rust. Ruiken aan heerlijke kruiden en sausjes, hapjes proeven van je vers bereide maaltijden… Ik ben er gek op. Ik bedenk graag nieuwe recepten en gek genoeg ben ik daar best goed in. Gia is gek op mijn poké bowls. Ik hoop dat mijn tortellini met vegetarische kipfilet, champignons en pesto ook z’n vruchten gaat afwerpen.

Als we in de rij bij de kassa aansluiten voel ik mijn maag omhoog schieten. Daarachter zit dat meisje dat er ook zat toen ik geen geld meer had voor alle chocola.

‘Gi,’ fluister ik voorzichtig.

‘Wat?’ fluistert ze terug.

Ik slik, en durf het bijna niet te zeggen. Waarschijnlijk vindt ze me een aansteller.

‘Wat?’ vraagt Gia opnieuw, nu wat harder en ongeduldiger.

‘Zullen we bij een andere kassa gaan staan?’ vraag ik en ik kijk omlaag. Als ze me nog niet raar vond, vindt ze dat vast en zeker nu wel.

‘Waarom?’

Ik kijk omhoog en Gia kijkt me inderdaad aan alsof ze vindt dat ik wartaal spreek. Ik zucht en knik naar het kassameisje. ‘Zij zat daar ook toen ik geen geld meer op mijn bankrekening had.’ Ik voel het schaamrood door mijn kaken trekken nu ik weer aan die gebeurtenis terugdenk.

Gia kijkt me aan alsof ik opgebiecht heb dat ik Spiderman heb vermoord. Ze staat me één seconde zo aan te kijken, tot ze in lachen uitbarst. ‘Is dat het grote probleem?’

Ik sla mijn armen over elkaar en ik kijk haar beledigd aan. ‘Het was toevallig heel beschamend.’

 Gia houdt op met lachen. ‘Oké, weet je wat?’ Ze pakt de boodschappen uit het mandje en legt ze op de lopende band. ‘We gaan het oplossen.’

Ik schrik. ‘Nee!’ roep ik net iets te hard en pak wat verpakkingen om ze weer terug in het mandje te stoppen, maar Gia haalt ze gewoon weer uit het mandje en legt ze weer op de loopband.

Ik heb pas in de gaten dat we hier een scène staan te stoppen als ik een luide rochel achter ons hoor. ‘Zeg, blijven jullie hier nog staan vechten of willen jullie de spullen afrekenen?’ vraagt een man met grijs haar en een strenge bril die achter ons staat en nogal zijn geduld verliest.

Ik draai me om en zie het verveelde kassameisje al net zo ongeduldig naar ons kijken. ‘Ja sorry,’ zeg ik dan toch maar en ik leg alles weer op de loopband. Fijn. Net nu ik dacht dat het chocoladegedoe voorbij was, dient zich de volgende gênante scène aan.

Het meisje achter de kassa scant de producten en keurt ons verder geen blik waardig. Gia staat haar gebiologeerd aan te kijken. ‘Dat is voor de kookwedstrijd. Bedenk je eigen pastarecept. Mijn huisgenoot doet mee.’ Ze haakt haar arm in die van mij en ik probeer haar door te seinen dat ze haar kop moet houden, maar zoals gewoonlijk trekt Gia haar eigen plan. ‘Een hele prestigieuze wedstrijd,’ doet ze er nog een schepje bovenop als ze ziet dat die tuthola niet reageert. ‘Vorig jaar werd ze eerste.’ Ze knipoogt naar mij. ‘Dit jaar gaat ze er weer helemaal voor.’

‘Fijn,’ zegt het kassameisje met een kortaf knikje en gaat weer verder met het afrekenen van de spullen. ‘Wordt het drieëntwintig euro vijfenzeventig.’

Gia tikt haar bankpas tegen de scanner en kijkt het kassameisje strak aan. ‘Nicole Huizinga. Ik zou die naam maar onthouden, voor het geval jullie nog recepten voor jullie kookblaadjes zoeken.’

Even kijkt het meisje ons allebei aan. Nu niet meer verveeld, maar ik bespeur iets van afgunst. Ha! Ze denkt dat ik de beste kok van Nederland ben terwijl zij achter deze onambitieuze, uitzichtloze kassa zit.

Toch herpakt ze zich. ‘Bonnetje mee?’ vraagt ze met dat standaard winkelmiepjes-toonje.

‘Ja graag, dan kunnen we alles declareren bij de jury,’ zegt Gia liefjes. Ze trekt het bonnetje uit handen van Tuthola en houdt het zelfzuchtig omhoog. ‘Kom Niek, we hebben een wedstrijd te winnen,’ zegt ze alsof ze mijn manager is. Of personal assistent. Of hoe je dat ook zegt als je aan een wedstrijd deelneemt.

Ik kijk achter me en zie dat ook de grijze brillemans heel ongelovig naar me is gaan kijken. Ik kan een glimlach niet onderdrukken en loop achter Gia aan de winkel uit.

Als we bij ons appartement aankomen, ben ik nog steeds breeduit aan het lachen. ‘Gi, wil je dat nooit meer doen? Ik stond echt zwaar voor schut!’

‘Hoezo? De enige die voor schut stond was die zwaaropgemaakte troela zelf.’ Ze duwt de centrale voordeur open. ‘Heb je gezien hoe donker die uitgroei aan de wortels van dat platinablonde haar was? Het zag er voor geen meter uit.’

‘Jij ziet er ook voor geen meter uit,’ horen we vanaf de andere kant van de hal dichterbij komen en ik voel mijn voeten spontaan vastvriezen aan de vloer. Edwin komt net zijn voordeur uit en heeft het laatste staartje van ons gesprek blijkbaar gehoord.

‘Edverlies. Wat een goedmaker van mijn dag om jou tegen te komen,’ snerpt Gia in zijn richting en keurt hem verder geen blik waardig. Ik zeg niks en probeer Edwin ook niet aan te kijken, maar om andere redenen dan zij.

Edwin maakt afkeurende, klakkende geluidjes met zijn tong terwijl hij zijn hoofd schudt. ‘Lopez. Je bent een synoniem voor de eeuwige zonnestraal in huis. Wordt Huizinga nog niet zat van je?’

‘Jawel, maar ze blijft toch liever bij mij zitten dan dat ze zichzelf gaat degraderen tot één verdieping lager,’ zegt Gia nadrukkelijk. Ik voel mezelf warm worden van binnen. Gek genoeg zou ik dat niet eens zo erg vinden. Wacht, waarom denk ik dat?

Edwin proest het uit. ‘Kan ze zelf niet praten?’ Hij kijkt me lang en doordringend aan en ik voel me nog ongemakkelijker dat toen ik net aan de kassa stond.

‘Eh…’ begin ik. O god, die lichtblauwe ogen en dat heerlijke verwarde kapsel maken het er niet makkelijker op om te antwoorden. Wat was de vraag ook al weer? O ja, of ik gek word van Gia. Soms wel. Ze is veel te serieus en zelfzuchtig, en ik zou nooit van mijn leven kunnen tippen aan haar perfectie. Zoals nu; haar perfecte bruine, filmsterrenpony zit nog op precies dezelfde manier als toen we hier weggingen. Mijn haar springt inmiddels alle kanten op en krijg ik waarschijnlijk pas goed als ik er een strijkijzer overheen zou halen. Dus ja, op dat gebied haat ik Gia.

Maar dat hoeven ze allebei niet te weten.

Ik herstel me en kom rechtop staan. ‘Nee, inderdaad. Gia is de liefste huisgenoot ever.’ Nu is het mijn beurt om een arm om haar heen te slaan en ik druk haar lieflijk tegen me aan. Dat doe ik vooral omdat ik hoop dat haar pony dan eindelijk eens door de war raakt, maar ik zie nu al dat dat vergeefse moeite is. ‘Toch, Gi?’

‘En ik blijf lief als je me loslaat,’ zegt ze met een klein glimlachje dat verraadt dat ze me gaat slaan als ik niet doe wat ze zegt.

Edwin barst opnieuw in lachen uit. ‘Ja, ik zie het. Heel lief. Waarom wil je eigenlijk wonen met zo’n sekreet? O wacht, je bent zelf natuurlijk ook een loser, dus jullie vullen elkaar perfect aan.’ Edwin kijkt ons aan met een vuil lachje en een gemene blik in zijn ogen.

Ik voel mijn hart naar mijn voeten zakken. Waarom doet hij nou weer zo? Ik dacht dat we een soort van vrienden aan het worden waren. Of heb ik me dat allemaal ingebeeld? Was dat allemaal maar een toneelstukje om mij een vette poets te bakken? Wat ben ik inderdaad voor loser om daarin te trappen?

Gia ziet er niet heel gekwetst uit. Integendeel, ze zet een gemaakt lachje op haar gezicht en ze grijpt mijn pols vast. ‘Kom, laten we ons mooie gebouw niet vervuilen met negatieve energie. We hebben een kookwedstrijd te winnen, weet je nog?’ zegt Gia geniepig tegen mij en trekt me mee naar de trap. Vanuit mijn ooghoeken zie ik nog net hoe Edwin verbaasd reageert op die zin, maar ik besluit hem te negeren.

Newsflash: onze band is dus helemaal niet verbeterd. Hij is nog steeds dat pesterige stuk kinderachtige vreten van eerst. Ik haat hem. En ik haat mezelf nog meer omdat ik in zijn act trapte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *